Afscheid van danslegende
Op 26 mei 2008 overleed op 78-jarige leeftijd Job Sanders. Hij is bijna twintig jaar verbonden geweest aan de Rotterdamse Dansacademie. Sanders was een zeer bevlogen docent en een inspirerende choreograaf. Zijn bijdrage aan de dans in Nederland is van grote waarde. Afscheid van een danslegende. Door Mirjam Elias.
‘Het doek voor Ballets Russes de Monte Carlo ging open. De dansers stonden klaar, ik zit in de nok van de zaal…’ De befaamde danser en choreograaf Job Sanders voelde zoveel jaar later nog de schok waarmee hij besefte: daar hoor ik bij! ‘Job heeft echt wat toegevoegd aan de Nederlandse dans, ook doordat hij zo lang mensen opleidde. Hij heeft mij beïnvloed, maar ook iemand als Rachel Beaujean, oud-soliste van Het Nationale Ballet.’ Terwijl hij dit zegt, ziet Samuel Wuersten, artistiek directeur van de Rotterdamse Dansacademie (RDA), de elegante verschijning voor zich. ‘Ook op latere leeftijd bleef Job mooi, kwetsbaar, indrukwekkend en charismatisch.’
Jeugdfoto van Job Sanders (jaar en fotograaf onbekend).
Job Sanders, kort voor zijn dood. Foto Ronald Sweering.
‘Afscheid nemen van Job betekent voor altijd die lege stoel op de eerste rij van het theater. Job was een leven lang dans.’ Hiermee ontroerde Cisca van Dijk, oud-directeur van de RDA, de aanwezigen op de crematie van Job Sanders, eind mei 2008. Drie weken eerder vertelde de danslegende met zijn melodieuze stem nog over zijn leven, tot hij te moe werd. ‘Ik heb met een vernieuwer als Cunningham gedanst en stond in vele bestaande balletten, maar van Balanchine leerde ik de basis. Hij was de grootmeester van de twintigste eeuw; niemand maar dan ook helemaal niemand kan aan Balanchine tippen,’ bezweert Job Sanders met een gracieuze handbeweging. Een paar keer nog belde hij, maar de dood stak een stokje voor een vervolgafspraak.
Waaruit bleek de invloed van Balanchine?
Cisca van Dijk: ‘Job was wars van franje. Het belangrijkste van de dans zat voor hem niet in passen, maar in de communicatie onderling en met het publiek.’
Samuel Wuersten: ‘Uit Jobs flair voor muziektheater en het geraffineerde lijnenspel in zijn choreografie, zijn virtuoze vormgeving. Job Sanders was buitengewoon muzikaal en wist wat het betekent te bewegen in een ruimte.’
Hoe komt het dat eigen alleen insiders zijn naam nog kennen?
Samuel Wuersten: ‘Job trad niet op de voorgrond. Er zal geen geschiedenisboek komen waarin deze zeer grote man de vitale rol krijgt toebedeeld die hij in de Nederlandse dans speelde.’
Jobs vrouw, Ineke van Enk: ‘Hij zette zich af tegen het establishment. Als hij elders kon maken wat hij belangrijk vond, verhuisde hij. Job maakte geen pas op de plaats.’ Ze is blij dat haar man nog heeft geweten dat De DDDD (Dutch Don’t Dance Division) de Job Sanders Beurs heeft ingesteld.
Rinus Sprong van De DDDD: ‘Als totaalkunstenaar was Job een vader voor me; zovelen zijn dankzij hem gegroeid. Hij vertelde waar hij vandaan kwam, wat hem had beïnvloed, over schilders en schrijvers; het ging zoveel verder dan techniek. Zijn hele leven stond in het teken van de dans. Hij moedigde ons gezelschap aan en vond het fantastisch dat we zo buiten de paden traden. Al was hij het niet met alles eens, hij gaf echt support en inspiratie.’
GENTLEMAN DANCER
‘Ik had het grote fortuin meteen gekozen te worden voor een aantal solistische rollen in Ballets Russes,’ glimlachte Job bij de herinnering. ‘Mijn keus voor dans was intuïtief en gevoelsmatig, maar kwam voort uit een behoefte om te bewegen, op het toneel te staan en technisch beter te worden. Ik kreeg de kans. Nog maar net bij het gezelschap, wees de grote choreograaf Leonide Massine aan wie hij wilde als solist: "You, you and you." Ik was één van die you’s,’ straalde Job kinderlijk enthousiast naast een foto van toen waarop hij tegen het plafond lijkt te kleven tijdens een mega sprong.
‘Massine koos op uitstraling en lengte. Ons drietal kreeg alle leuke rollen. Op Beethovens zevende symfonie deden we prachtige sprongen als mythische goden. Dan weer speelden we biljart in mooie pofbroeken op Franse muziek van Offenbach in een Parijs’ café. Elk van ons danste een mazurka met twee vrouwen. Heerlijke rol,’ genoot Job. Gentleman danser, zo noemde soliste Leonie Kramer bij Het Nationale Ballet hem. ‘Geen wonder,’ lacht Cisca van Dijk. ‘Deze lange prachtman liet als geen ander zijn danspartner tot haar recht komen. Je zag hoe hij van vrouwelijk schoon hield.’
DE DANS ONTSNAPT
Voordat Job zijn levenslange passie ontdekte, ontsnapte hij een macabere dans. ‘Ik ben geboren in Amsterdam in 1929 aan de chique Oranje Nassaulaan. Mijn vader runde het Amsterdamse kantoor van de Haagse groothandel in drogisterij-artikelen Meidertsma. In 1938 gaf de eigenaar, mijn oom Salomon, hem geld: “De politieke situatie ziet er niet goed uit, zet hiermee iets nieuws op in Amerika.” Zodoende legde ik, een jaar voor Nederland werd bezet, op een public school in New York de eed af aan de vlag. We verhuisden naar Queens en een half jaar later sprak ik Engels. Mijn joodse ouders maakten zich gigantisch zorgen. Van moederskant zijn mijn grootouders in Auschwitz gedood, twee van haar broers in een werkkamp, ooms, tantes, neven en nichten. Van de acht broers en zussen van mijn vader overleefde alleen oom Salomon. Hij zag in Theresienstadt nog grote vaten Zyklon B komen, vier dagen later waren ze bevrijd. Aan die lugubere sterrendans ben ik ontsnapt.’
Heeft jou dat beïnvloed?
‘Natuurlijk, for the grace of God. Diep werd ik geraakt door het ballet Dreams van de joodse choreografe Anna Sokolov: iemand die vlucht, maar niet weg komt van die ene plek. Bij grondige bestudering van een foto van Anne Frank met vriendinnen zei ik: “Die beentjes ken ik; danseres Mary Haywood heeft ook zo weinig kuit.” Het klopte, ze was geboren als Mary Bos, dochter van de damkampioen.’
BALANCHINE
Op zijn vijftiende belandde Job Sanders met drie andere jongens in een puberwalhalla. ‘Een muziekzomerkamp met zo’n twintig mooie danseressen. De balletmeester had jongens nodig en leerde me walsen voor een voorstelling. Ik werd verliefd en zocht deze danseres later in New York op in haar studio in Carnegie Hall. Ik keek mijn ogen uit; wat een exotische mensen. Met haar zat ik ‘s avonds bij Ballets Russes de Monte Carlo. Het hek was van de dam na een voorstelling van Balanchine. Ik ging op les bij De Capri en hij bleek degene die me had leren walsen. Hij was de dubbel geweest voor Nijinsky toen deze beroemde danser al gek werd. De Capri leerde me hoog springen toen hij het zelf al niet meer kon. Op een dag bij Capezio – waar iedereen balletschoenen koopt – tipte een danseres me dat Balanchine, de grote choreograaf van Ballets Russes, audities hield voor een jongenscursus. Ik erheen, en ja hoor, ik krijg een beurs voor zijn Amerikaanse topschool. Ik danste door Central Park door het dolle heen.’
Hoe was Balanchine?
‘Heel correct, een echte heer en gek op Amerika. Na de revolutie maakte hij in Sint Petersburg experimenteel ballet en hij vertrok met een groep naar Parijs en Amerika. Balanchine was ongelooflijk muzikaal, soms dirigeerde hij. Zijn composities zijn inventief en open, complex maar toch begrijpelijk. Echt meesterwerken, niemand kan de geniale grondlegger van het New York City Ballet evenaren.’
Cisca van Dijk vond dat al die internationale topbagage duidelijk was te merken. ‘Job danste zonder fratsen, angst, spanning, tierelantijnen of frutsels. Ergonomisch en economisch, de natuurwetten volgend was hij afkerig van onnatuurlijkheid. Waarom die ogen in de coulissen? Geen geknakte polsen. Ben je een hondje met je scheve kop?’ Laten we het nooit meer hebben over de Frappé. Frappé toujours!’
Samuel Wuersten waardeert zijn antenne voor wat er speelde. ‘Als docent haalde Job de wereld en de politiek binnen, hij wist wat er gebeurde. Tot op latere leeftijd kwam hij met nieuwe invloeden, zoals Tai Chi, en op zijn zestigste ging hij nog de diepte in met de tango. Zijn leven lang bleef Job leergierig en hij bleef schoolvoorstellingen bezoeken. Soms riep hij rustig waar ik bij stond: “Hoe kan zulke bullshit gepresenteerd worden?” Meestal was hij tevreden en zijn complimenten waren even gul: “Bravo, geweldig!” Bij hem wist je altijd zeker dat hij het meende.’
ASFALT ADELT
Jouw opleiding duurde kort, een geboren talent?
‘Kennelijk; ik trainde al doende.’ Job Sanders veerde even overeind. ‘Met die eindeloze balletopleidingen van nu ben je toch uitgedanst voor je goed en wel begint? Ik leerde door invallen: “Jij doet die dans vanavond en je leert het in één dag.” Niks acht jaar in die studio. Ik erger me er ook aan dat in onze gesubsidieerde topgezelschappen amper Nederlanders dansen. Maar ik zie wel dat buitenlandse studenten meer gemotiveerd zijn, doordat ze er meer voor over moesten hebben. Bovendien is de competitie zwaarder en er wordt fysiek meer geëist. Net als mijn goede vriend Gerard Lemaitre, ster van het Nederlands Danstheater, verbaas ik me erover dat klassiek ballet een soort atletiek is. Ze draaien geen twee, maar drie keer in de lucht en komen neer op één been. Dus die trainingen gaan almaar verder. Breakdance op straat lijkt me echter ook een mooie voedingsbodem voor een danscarrière.’
Asfalt Adelt?
“Asfalt Adelt. Mijn tweede ballet heette oorspronkelijk Streetcorner Royalty. Ik was er mijn tijd ver mee vooruit, helaas. Ik maakte het in een workshop op uitnodiging van het American Ballet Theatre in New York nog vóór West Side Story. Het ging over onderlinge gevoeligheid in een psychologisch gevecht over de vraag: wie is de leider hier? In Amerika was Streetcorner Royalty niet in het repertoire genomen, omdat de makers en producers van West Side Story al bezig waren. Zij kozen zeven van ‘mijn’ jongens voor hun musical over Romeo en Julia. Pech voor mij. Maar ondertussen leefde ik met mijn eerste vrouw, Sonia Arova, al wel als een grote ster. Zij was vier jaar ouder en al heel bekend. We traden samen veel op en werden als filmsterren bejegend.’
Later toen het Nederlands Danstheater de choreografie uitbracht als Asfalt Adelt, vroeg Job Rudi van Dantzig voor de rol van de saxofonist. In het magazine Vrienden van Het Nationale Ballet memoreert Van Dantzig hoe in dit ballet in een wereldje van treiteren, gappen, drinken, maar ook van kameraderie ineens een jongen verschijnt. ‘De loner, die volkomen opgaat in zijn instrument, een saxofoon. “That instrument is part of your soul ánd your body,” legde Job me uit, want tot mijn verbazing had hij mij de rol van de saxofoonspeler toebedeeld. De jongen zou – uit frustratie? – door de groep in elkaar worden geslagen, zijn instrument vernield. In de roes van beneveling zien de boefjes een vrouwenfiguur, doorzichtig als nevel: de saxofonist ligt levenloos – ? – in het halfdonker: ‘job done’. Het werkproces was als een droom voor me. Om door de choreograaf zelf te worden uitgezocht én gecoacht was een onvergetelijke evaring. Job had enorm veel geduld met ons, en vooral met mij, hij behandelde je zacht en vriendelijk, wat me verbaasde, want ik was verre van een ‘jazzy’ danser. Maar, o wonder, we werden zelfs vrienden.’
PARTING TIME
Het eerste ballet van Job Sanders was ontleend aan een trio in een boek van Colette. ‘Prachtige sensuele schrijfster die ik bewonder; en ik ben geïnteresseerd in oudere vrouwen. Dit ballet gaat over een moeder, beetje demi monde, die zorgde dat haar zoon minnaar werd van haar vriendin. Na een tijdje echter stuurt deze hem weg om een meisje van zijn leeftijd te trouwen. Maar hij keert terug, weer stuurt ze hem weg tot hij aan het eind zelfmoord pleegt: Time for parting,’ aldus Job, wiens relatie met zijn moeder nooit optimaal meer werd nadat zij zich drastisch met zijn leven had bemoeid.
‘Ik was net bij Balanchine toen ik op het secretariaat kreeg te horen: “We moeten je beurs intrekken, Balanchine vindt je te lang.” Hoe ik ook protesteerde dat lange dansers juist wenselijk waren, er was niets tegen te doen. Ik nam baantjes en wat privéles en deed acht maanden later weer auditie. Balanchine herinnerde zich mij nog: “Hebben we jou een paar maanden terug niet weggestuurd?” “Klopt. Ben ik niet te lang geworden?” Hij lachte: “Oké, je hebt de beurs weer terug.” Pas toen ik al professioneel danste, hoorde ik dat mijn moeder erachter had gezeten: “We willen niet dat onze zoon balletdanser wordt tussen al die homo’s.” Razend was ik.’
‘Doordat ik mijn moeder wilde laten zien dat ik voor mezelf kon zorgen, kwam ik wel verder. Zo deed ik auditie voor Carrousel, een musical van Rodgers en Hammerstein die naar Chicago ging. Zodoende woonde ik op mijn zeventiende in een theaterhotel met komieken, zangers; allemaal gekke mensen, heerlijk. Als Ballets Russes de Monte Carlo er ook optreedt, doe ik auditie bij de balletmeester die me de mazurka laat dansen en de czardas. Hup, een contract voor 79 dollar per week bij hét toonaangevende gezelschap van toen! Als heterojongen tussen de homo’s had ik alle aandacht van de vrouwen,’ schaterlachte Job.
‘Met mijn moeder kwam het nooit helemaal goed. De leukste ontmoeting met haar in jaren vond ik toen ze me op haar 99ste niet herkende en zei: “Mijn zoon heet ook Job, maar u bent ook een heel aardige man, hoor.” Toen ik Ineke voorstelde, herkende ze me wel: “Echt een aardige vrouw voor jou.” Want Ineke is mijn derde vrouw alweer, Ik heb twee dochters. Felicia, de oudste, is danseres en de jongste, Nadja, was twee maanden hier om voor ons te zorgen toen ze hoorde dat ik ongeneeslijk kanker heb. Zo lief.’
NEDERLANDS DANSTHEATER
‘In een eigen gezelschap in Europa, the American Festival Ballet, met hoofdzakelijk Amerikaanse dansers, waren mijn vrouw Sonia Arova en ik de sterren. Ik speelde veel slechteriken op zomerfestivals en tournees in Duitsland, Oostenrijk, Italië, Zwitserland en Spanje. Ook toen we gingen scheiden, bleven Sonia en ik samen dansen. Mijn aanstaande tweede vrouw, Joan Wade, danste ook bij dit gezelschap. Joan: ‘Job was een bekende danser en ik wilde graag in zijn balletten staan. Zijn manieren konden me niet schelen. Ik heb liever een onvoorspelbaar genie dan een middelmatig ballet waarin ze zachtzinnig zijn. We maakten ook films voor de Duitse omroep. Maar lang heb ik er niet gedanst, want we werden verliefd en ik werd zwanger.’
Het gezelschap reist naar Israël. Job: ‘Ik viel er flauw; ik bleek hepatitis te hebben. Na een paar weken reisden we via Frankrijk naar een oom in Den Haag, waar onze oudste dochter werd geboren. Ik kreeg telefoontjes en aanbiedingen, ondermeer voor een galavoorstelling. Sonja Gaskell van Het Nederlands Ballet zocht een solist voor het Holland Festival. Dus ik aan het werk.’
Het Nederlands Danstheater was net begonnen. ‘Vanuit de directie nam mijn goede vriend Benjamin Hakarvy ook contact op. Ik vond het bij Gaskell een beetje chaotisch; te weinig repetities, wel succesvol. En Rudi van Dantzig en Toer van Schayk in dat gezelschap bewonderde ik zeer. In tegenstelling tot Nederlands balletheld Hans van Manen,’ zegt Job, wiens gevreesde eerlijkheid even door zijn wijze seniore mildheid breekt. ‘Hans wordt op handen gedragen, terwijl hij al dertig jaar, voorspelbaar en routineus, hetzelfde ballet maakt. Nederland koos de verkeerde held, Rudi van Dantzig maakt moeilijker en problematischer, maar geëngageerder balletten die dus meer ontroeren,’ aldus Job. Hij verklapt dat hij de befaamde scène in het ballet Live-Life – waarin een danseres de schouwburg verlaat – al veel eerder in New York zag. ‘Gestolen van Joffrey, weet niemand.’
Hij staat op, opmerkelijk lang inderdaad. ‘Nooit gerookt en toch zitten mijn longen vol, met uitzaaiingen naar de lever.’ Met een liefdevolle blik op zijn vrouw die dapper slikt: ‘Wij zijn twaalf jaar zo gelukkig samen, het is nauwelijks te beseffen dat het afgelopen is.’ Een week later gaan ze naar Romeo en Julia, na afloop belt Job Rudi van Dantzig om te vertellen hoe hij genoot en dat hij Rudi de grootste vindt. Als hij neerlegt, zegt hij tegen Ineke: ‘Dit was het laatste ballet dat ik zag. Het is goed zo.’
DE VODDENRAPER
Bij het Nederlands Danstheater waren Job Sanders en Jaap Flier de solisten. Dansstudente Cisca van Dijk zat in de zaal en genoot: ‘Job danste de sterren van de hemel, wat een prachtige danser, zo’n charisma.’
Naast zijn optredens maakte Job zes jaar lang twee balletten per jaar. ‘Er gebeurde iets waar ik kapot van was rond mijn ballet De Voddenraper, op tamelijk moeilijke, grillige muziek van Alban Berg. Het was wat absurdistisch met een god of duivel als verbindende figuur. Het ging over dingen waarvan je denkt: hoe is het mogelijk? Een dier wordt geboren. Dat wordt een raar monster met uitsteeksels. Het begint zich te realiseren dat het geboren is om opgegeten te worden door een bewegende groep. Die poept uiteindelijk een stukje bont uit dat de voddenraper oppakt en in zijn zak steekt. Feeëriek en semikomisch. Er was ook een scène over een fenomenale danseres, getrouwd met Balanchine, Tanaquil LeClercq, met wie ik goed bevriend was. Op tournee met het NY City Ballet, 23 jaar oud, kon ze op een ochtend niet meer opstaan. De vrouw van de grootste twintigste-eeuwse choreograaf had polio. In De Voddenraper danst een man met een danseres in spiegelbeeld. Zij verstijft, maar iets beweegt er nog wel in de spiegel. Dan rijdt er een oude rolstoel binnen, gevolgd door de voddenraper, die haar erin zet en een enorme kam geeft. Terwijl zij haar haren kamt, duwt hij die rolstoel een prachtig Paul Klee-achtig decor in, echt een kunstwerk. Nou komt het. Dat decor zie ik na de vakantie in het steegje bij het kantoor in de modder liggen. Ik was woedend, niemand legde iets uit. Eerst wilde ik stoppen met dansen, maar ik besloot: ’Oké, jullie willen populair entertainment? Dat kun je krijgen. Ik maakte Poplied 65, dat twee jaar lang het sluitstuk van alle voorstellingen was. Daarna Screenplay, met schuivende panelen op muziek van Charles Mingus. Laatst bij een trouwerij zagen we al die mensen uit de begintijd terug. Hans van Manen kwam mijn hand schudden en dat was het dan.’
‘Hij kan heel aardig zijn,’ zegt Ineke.
‘Met Screenplay bracht Job wel een volkomen nieuw idioom in de Nederlandse dans,’ benadrukt Cisca van Dijk. ‘Dat ballet was heel jazzy in een tijd dat er nog amper jazz naar Nederland was gekomen. Maar Job had al musicals gedaan op Broadway.’
Rinus Sprong was trots dat hij in dit bekende ballet mocht staan. ‘Het was ook zo komisch. Job was één van de weinige choreografen met humor.’
Zelf zei Job: ‘Toch had dat andere mijn hart; ik had iets te zeggen en te vragen. Op uitnodiging van de School for the Arts ben ik toen drie jaar heel productief gaan werken aan onder meer Summernight, gebaseerd op een schilderij van Munch.’
ROTTERDAMSE DANSACADEMIE
Eenmaal in de leiding van de Rotterdamse Dansacademie (RDA) wist Cisca van Dijk Job in 1975 – hij had een leeftijd waarop dansers plegen te stoppen – naar de RDA te halen. ‘Fulltime zag hij stoeten studenten aan zich voorbij trekken, talenten die hij coachte en koesterde met choreografieën waarin hij ze liet schitteren. Met L’histoire du soldat, een prachtig stuk, trokken we toen al langs scholen. De dood en het meisje, Hilde Magtelinkx op muziek van Schubert. Het ballet op het klarinetkwintet van Mozart. Dat we met Job een choreograaf van het Nederlands Danstheater in huis hadden, was toen uniek. Hij kon stukken hernemen en nieuw werk maken dat je bij een ander moest kopen. In zijn kielzog volgde menig oude ster van het NDT,’ aldus Cisca, die Jobs geniale geest roemt, zijn humor, liefde voor muziek en de levensgenieter. Rinus Sprong: ‘Veel dansers zien dans als carrière en stappen eruit, maar Job bleef zich tot op het laatst vernieuwen.’
Geamuseerd verhaalt Ciska over Jobs tomeloze energie die zich ook kon ontladen in woede. ‘Dan vloog een balletschoen of klapstoel door de studio om een student wakker te schudden bij herhaling van een fout. Ineens knalt hij een asbak naar een collega op een docentenvergadering. Job vocht voor elke student in wie hij wat zag en dikwijls had hij gelijk. ‘Het gaat goed met me, ik maak me weer kwaad,’ zei hij dan. En ik maar sussen, dempen en laveren. Ineke kon zijn lef en innerlijke spanningen, zijn creatieve geest en zijn energie beantwoorden.’ Ineke: ‘Ik kon hem gewoon aan, daar werd hij rustig van.’
SUMMERNIGHT
‘Ik geniet nu van elke dag,’ besloot Job het gesprek. ‘We waren net bij onze tangosalon, in Argentijns restaurant Tappenade. Mijn liefde voor deze dans begon in een spiegeltent waar ze voor 5 gulden tangoles gaven, de volgende avond weer en nog eens. Ik vroeg de docenten, de twee oudere Argentijnen Lalo en Mirthe, die waren gevlucht voor het regime, kom hier ook lesgeven. Zo begon het. Ik kon het amper toen Lalo me liet meedoen aan een tangocompetitie. We wonnen de tweede prijs, een dansdiploma op mijn zestigste! Tango is zo’n mooie dans met miljoenen figuren. De ware tango kent geen routine, je danst intiem. Inmiddels geef ik al jaren tangoles in onze studio, tot de ellende in mijn longen begon. Cisca van Dijk noemt me een levende legende. Zo beschouw ik mezelf niet hoor,’ lacht Job wat vermoeid ineens. ‘Ik wil nog foto’s en recensies ordenen. Episodes gebaseerd op een schilderij van Paul Klee. Gigantisch succes in New York. Een woeste vrouw in het rood – heel seksueel en bang van haar machtige man die haar gebruikte als meubilair eigenlijk – kijkt terug op haar leven. Moeilijk uit te leggen.’ Zijn stem verzwakte. ‘Summernight is mijn meest artistieke ballet. Summernight.’
Mirjam Elias