Dansles in de gevangenis
Als je bent opgeleid tot docent dans, ligt de wereld voor je open – letterlijk en figuurlijk. Je kunt je werkplek dicht bij huis zoeken, maar ook aan de andere kant van de wereld. Je kunt aan de slag bij een balletschool, een voetbalclub, een centrum voor de kunsten, een buurthuis of… een gevangenis. Roxanne Spijkers (Vught, 1987), die deze zomer afstudeerde aan de Rotterdamse Dansacademie, gaf in het kader van haar opleiding dansles in een Justitiële Jeugd Inrichting.
Eigenlijk zou ze gaan onderzoeken welke bijdrage dansles kan leveren aan de ontwikkeling van jongeren in een Justitiële Jeugd Inrichting (‘jeugdgevangenis’). Maar toen haar werd gevraagd om er zelf een aantal lessen te geven, besloot ze die uitdaging aan te gaan. ‘Ik wist totaal niet wat ik ervan moest verwachten. Het was echt een sprong in het diepe,’ blikt Roxanne Spijkers terug. ‘Alleen al van die hermetisch beveiligde omgeving waarin ik me bevond, was ik behoorlijk onder de indruk. Hoe zou ik me voelen als ik voor een groep gedetineerde jongeren stond?’
Nu kan ze relaxed vertellen dat het voor haar een even spannende als leerzame ervaring is geweest. Zes weken lang gaf ze één keer per week drie kwartier dansles – streetdance om precies te zijn – aan een groep van drie jongens en aan een groep van twaalf meisjes, in de leeftijd van 12 tot 18 jaar, met een enkele uitschieter van begin 20. Plaats van handeling was de Justitiële Jeugd Inrichting Den Hey-Acker in Breda. Roxanne: ‘Van de jongeren kende ik alleen hun voornaam. Over het waarom ze in de jeugdgevangenis zaten, werd geen informatie gegeven.’ Wel werd haar van tevoren gemeld dat de groepsgrootte per keer kon wijzigen. ‘Indien je als gedetineerde ongehoorzaam bent geweest of een grens hebt overschreden, moet je een bepaalde tijd een strak programma volgen en mag je bijvoorbeeld niet meedoen met dansles.’ Roxanne kreeg ook te horen dat ze ‘bewegingen die als seksueel kunnen worden gezien’ diende te vermijden. En tijdens de jongenslessen mocht ze beslist niet een shirtje met V-hals of iets anders bloots dragen.
Haar eerste les in de Justitiële Jeugd Inrichting, met de jongens, viel haar enorm mee, zegt Roxanne. ‘Ze accepteerden me vrijwel meteen als docent, zodat ik zonder problemen mijn programma kon afwerken.’ Nee, dan de meisjes die ze voor zich kreeg. Roxanne: ‘Ze probeerden me gewoon uit. Een paar dames hadden besloten om me uit te lachen, niet mee te doen en hardop opmerkingen te maken. Ik ben echter gewoon met de les begonnen.’ Het gebruik van negatieve formuleringen heeft ze bewust vermeden. Immers, om jongeren te motiveren, moet je de nadruk leggen op wat ze goed doen, weet Roxanne. Dat had resultaat: ‘Tegen het einde van de les accepteerden ze me. Een aantal meiden kwam na afloop zelfs naar me toe om me te laten weten dat ze het naar hun zin hadden gehad.’
Haar leerlingen wilden de lessenserie van Roxanne graag met een presentatie afsluiten, en hun verzoek daartoe werd gehonoreerd door de leiding van Den Hey-Acker. De jongens- en de meisjesgroep werden voor deze gelegenheid samengevoegd. ‘Dat was nog niet eerder gebeurd,’ aldus Roxanne. ‘En dat was te merken. De les vóór de presentatie verliep erg moeizaan, want de concentratie was toen ver te zoeken. Ik moest streng optreden. Deze les vergde heel wat meer energie van mij dan de eerdere lessen.’ Tot haar grote spijt kon Roxanne de uiteindelijke presentatie wegens ziekte niet bijwonen. ‘Maar hij is wel doorgegaan, zij het met slechts vier meisjes en zonder jongens – de overige meisjes hadden allemaal straf en de jongens waren vanwege een verbouwing overgeplaatst.’
Haar project met de jongelui van de Justitiële Jeugd Inrichting heeft haar geleerd dat ze meer kan dan ze zelf dacht, vertelt Roxanne. ‘Daarnaast ben ik geïnteresseerd geraakt in sociaal pedagogische hulpverlening. Misschien dat ik nog eens een studie in die richting ga volgen.’
Ze heeft nu vijf jaar Havo voor Muziek en Dans en vier jaar Rotterdamse Dansacademie achter de rug. Hoe ziet haar toekomst er uit? Roxanne: ‘Ik wil gaan werken als freelance docent en freelance danser; veel ervaring opdoen. Daarnaast wil ik me bezig blijven houden met Balinese dans, mijn grote passie. Samen met mijn docent, Aafke de Jong, ook een oud-studente van de Rotterdamse Dansacademie, verzorg ik optredens.’ Met een tevreden glimlach: ‘En verder sta ik in principe open voor alles.’
Dit artikel staat ook in Codarts Magazine zomer 2008.