toelatingseisen
Basgitaar Latin/Latin jazz/Braziliaans
• affiniteit met latin
• goed gevoel voor timing en intonatie
• vermogen tot improvisatie
• mineur- en majeurtoonladders
• laddereigen drie- en vierklanken
• lezen van eenvoudige thema's en akkoordenschema's
• spelen van stukken uit de meest voorkomende genres van Afro-Caribische en Braziliaanse muziek
• beheersing basisbegeleidingspatronen voor son chachachá, bossa, samba en 12/8 patronen
Braziliaanse gitaar
Docenten: Maurice Rugebregt, Ed Verhoeff
• stukken: de kandidaat moet 4 stukken voorbereiden (verschillend in karakter en tempo). Stijlen: bossa-nova (van A.C. Jobim), samba, baiao.
• improvisatie: de kandidaat moet in staat zijn een single line solo over ten minste één van de voorbereide stukken te spelen. Suggesties voor stukken / akkoordprogressies om solo's op te spelen: Dindi, Manha de Carnaval, Minha Saudade, So danço samba.
• toonladders / arpeggios: de majeur -en mineurtoonladders over ten minste 2 octaven. De toonladder-gerelateerde arpeggio's in triads en 7-chords.
• direct spelen van bladmuziek: de kandidaat moet de akkoorden (met uitbreidingen) van een bepaalde bossa à prima vista spelen. De kandidaat moet een melodie spelen à prima vista.
• ritme: de kandidaat moet bepaalde Braziliaane percussieritmes kunnen zingen of klappen. Tijdens het examen is er begeleiding mogelijk.
Drums Latin/Latin jazz/Braziliaans
• aanleg voor en affiniteit met latin
• leesvaardigheid en technische vaardigheden
• in diverse stijlen meespelen
Latin percussie
• aanleg voor en affiniteit met latin
• bespelen van timbales en conga's
• open en muffled tonen op conga
• hiel- en tiptechniek en floating handtechniek op conga
• cáscara patterns, bel-patterns (12/8), songo, bembé en mozambique op timbales
• uitvoeren van korte solo, guaguancó, een tumbao in 12/8 en een onafhankelijkheidsoefening op timbales
• kennis van basispatronen op surdo, tamborim, ganzá, pandeiro en caixa
• aanbevolen: voorspelen op bongó, surdo en tamborim
Piano Latin/Latin jazz/Braziliaans
• aanleg voor en affiniteit met latin en/of latin jazz
• prima vista spelen van een stuk, geschreven met akkoord symbolen
• improviseren
• mineur- en majeurtoonladders en gebroken akkoorden
• eenvoudige akkoordverbindingen
• voorspelen van etudes: keuze uit C. Czerny, Die Schule der Geläufigkeit op.299 (Leipzig s.a., Peters Verlag) of materiaal van vergelijkbaar niveau
• polyfonie: voorspelen van tweestemmige inventie van J.S. Bach of een ander meerstemmig werk uit de 18e eeuw
Zang Latin/Latin jazz/Braziliaans
• aanleg voor en affiniteit met latin en/of latin jazz
• vocale dispositie (houding, ademhaling en dictie)
• prima vista zingen van een melodie
• improviseren over een voorgespeeld akkoordenschema
• voorzingen in minstens twee talen, met en zonder microfoon
• voorzingen van twee vocalisten (snel en langzaam) naar keuze uit G. Concone, 50 Leçons de chant op.9 (Leipzig s.a., Peters Verlag), M. Vaccai, Metodo Pratico de Canto (leipzig s.a., Peters Verlag), S. de C. Marchesi, 20 Vocalises élémentaires et progressives (Offenbach s.a., André)
Theorie en solfège
• kennis van notenschrift in de viool- en bassleutel, (voortekening van) majeur- en mineurtoonladders, intervallen en drieklanken
• opschrijven, opnoemen, zingen en herkennen van majeur- en mineur toonladders, intervallen en drieklanken (majeur, mineur, verminderd en overmatig)
• kennis van symbolen voor alle majeur, mineur, dominant, halfverminderde en verminderde septimeakkoorden
• construeren van de eerste drie septimeakkoorden (majeur, mineur en dominant) vanuit een willekeurige grondtoon
Gehoor
• nazingen van een eenvoudig melodisch fragment
• nazingen van een baslijn
• lokaliseren van fouten in een genoteerde melodie
• nazingen van samenklanken
• lokaliseren van veranderingen binnen een samenklank
• naklappen van ritmes
• noteren van voorgespeeld melodisch fragment
• van blad zingen (alleen voor zangers)