
"In Buenos Aires viel alles op zijn plaats" - een interview met Eva Wolff
De Belgische Eva Wolff is nog geen 30 jaar oud en heeft al een heel muzikantenleven achter zich. Op haar 15e kreeg ze haar eerste lessen op de bandoneon, twee jaar later, in 1995 speelde ze bij Veritango van Alfredo Marcucci en weer twee jaar later bij Sexteto Canyengue. Op haar 23ste vertrok ze met een beurs om te studeren bij Orquesta Escuela voor een jaar naar Buenos Aires. Ze is er gebleven.
Eind 2007, begin 2008 was Eva voor familiebezoek even terug in België. Sophie de Rijk van strijkkwartet Pavadita strikte haar voor een korte tour door Nederland en België. Tussen de bedrijven door heeft Eva nog even tijd voor een interview met La Cadena. Voor we met ons gesprek beginnen moet ze even wat frustraties kwijt over de Lage Landen die ze heeft verlaten. Over de files (te lang en te veel), de parkeerplaatsen (te duur en te weinig), het openbaar vervoer (te duur en te druk), en het weer (te koud en te nat). De Kerst is dit jaar, net als vorige jaren, inderdaad volkomen verregend en ook wat de rest betreft, geef ik haar gelijk. De eerste vraag ligt natuurlijk voor de hand, waarom en wanneer ben je begonnen met tango en bandoneon?
“In de ‘muziekschoolleeftijd’, zo tegen 8 jaar, heb ik piano gespeeld. Toen ik elf was, begon mijn moeder platen te kopen van tango. Ze had een plaat van Marcucci, met bandoneon. En dat vond ik heel interessant. Later, toen ik 15 was, ben ik naar een conservartoriumweek in Neufchateau geweest en daar gaven Leo (Vervelde) en Carel (Kraayenhof) les. En toen was eigenlijk het hek van de dam.”
Had je toen al een bandoneon?
“Nee, ik heb eerst met Leo gebeld, om te vragen of hij een extra instrument voor me had, zodat ik kon deelnemen. Het was eigenlijk niet eens mijn bedoeling om daar echt iets mee te gaan doen, ik was van plan om pianist te worden. Maar Leo had een instrument dat ik kon kopen en ik kon ook meteen les nemen.”
De bandoneon heeft de reputatie dat het een rotding is om te leren spelen.
“Ach, dat wordt wel een beetje overdreven hoor.”
Was jij meteen goed, kon je er meteen op spelen?
“Ja, maar ik had ook een heel makkelijkeleeftijd. Als je ouder bent, dan denk je er waarschijnlijk meer over na. ‘Kan ik er nog iets mee bereiken?’ Terwijl, ik was 15 en dacht, ‘Oh, ja, leuk!’ Ik heb er ook nooit bij stilgestaan, je weet wel: ‘open en dicht is anders’. Dat was gewoon zo. Handig is het niet, maar het is ook geen belemmering. Gewoon een feit. Op een gegeven moment ben ik cello-les gaan nemen en echt waar, een strijkinstrument is veel moeilijker. Zo’n bandoneon, ’t is gewoon een knopje indrukken hoor.”

Eva blijkt een talent. “Leo moet dit natuurlijk niet lezen, maar ik studeerde eigenlijk nooit. Dat veranderde pas toen ik eenmaal op het conservatorium zat, daar ben ik wel begonnen echt hard te studeren.” Op haar 17e gaat Eva opnieuw naar Neufchateau, waar Alfredo Marcucci les geeft. Deze heeft nog een bandoneonist nodig in de sextet-bezetting van Veritango en hij vraagt de jonge Vlaamse. “Ik was nog maar twee jaar bezig, maar ik ben er toch maar in gegaan en heb twee jaar met
hem gespeeld. Toen werd het wel erg lastig. Ik woonde nog steeds in België, maar ik studeerde in Rotterdam en met Veritango was ik ook veel weg. Uiteindelijk ben ik ermee gestopt.”
Eva kan dan vrijwel direct terecht in Sexteto Canyengue, waarmee ze op tournee gaat. Net als ze ook dit orkest verlaat, beginnen de opnames van de cd Tango Maxima waar ze toch nog twee nummers op meespeelt. Later, als ze tijdelijk terug is uit Argentinië, speelt ze mee op de hele cd Tango Royal. Dan ga je voor de eerste keer naar Buenos
Aires. “Op 7 april 2002, dat staat in mijn geheugen gegrift. Het was eigenlijk een beetje vreemd want ik had helemaal geen zin om te gaan. Ik heb het gedaan omdat Beytelmann zo aandrong. Als je aankomt op de luchthaven en de hal binnengaat, is het eerste wat er staat een beeld van een bandoneon. Ik dacht echt ‘WAUW’. Meteen al in de eerste week dacht ik, ‘Hier wil ik wel 2 jaar blijven.’ Ik voelde me onmiddellijk op mijn gemak, heb me daar ook nooit echt onveilig gevoeld. Ik ben natuurlijk klein en heb donker haar, dus ik viel ook niet echt op.”
Je komt daar als bandoneoniste. Meisjes, vrouwen in Buenos Aires spelen een strijkinstrument of piano. Nou, piano is al dubieus.
Goed, ze spelen viool of cello, want ze mogen waarschijnlijk ook van een bas afblijven. Absoluut. En dan komt Eva Wolff uit België, die ze
daar wel even zal vertellen…
“…daar heb ik ook eigenlijk nooit over nagedacht. Tot ik daar was. Hier maakt niet uit of je meisje of jongen bent als je bandoneon speelt. Daar kijken ze er heel anders tegenaan. En het heeft zeker invloed gehad op de mogelijkheid om werk te vinden.” Positief of negatief? “Nee, negatief. Hoewel, je kunt zeggen dat het op de lange duur wel positief is. Ik val daar natuurlijk wel op. Maar om binnen te geraken was het wel negatief. Ik moest me extra bewijzen. Ik heb de eerste vier jaar daar amper gewerkt.”
“Ik had natuurlijk wel als voordeel dat ik met mijn beurs meteen terecht kon in Orquesta Escuela. Maar ik heb er toen geen gemak van gehad, als meisje met een bandoneon, en ook nog buitenlands. Als ze eenmaal goed over je beginnen te praten, is het wel fijn. Iedereen weet natuurlijk ‘die Belgische die bandoneon speelt’. Daar is er maar één van. Ze weten misschien mijn naam niet, ze weten wel wie ik ben.” Al na een week weet Eva dat ze langer in Buenos Aires wil blijven. De beurs die ze heeft volstaat echter niet eens voor één jaar, terwijl haar opleiding twee jaar duurt. Dan gebeurt er iets onverwachts: “Toen ik daar net was, kreeg je die toestand met de dollar, die van de peso werd losgekoppeld. Ineens had ik veel meer geld, vier keer zoveel zelfs, waardoor ik dus twee jaar kon blijven.”
Hoe pas je je aan aan zo’n andere omgeving, want niet alleen het weer is er anders. “Dat is moeilijk uit te leggen. Ik voelde me vooral heel erg op mijn gemak. Het was één groot feest, vakantie. De taal leerde ik vrij snel en Buenos Aires is wel Latijns Amerikaans, maar ik denk dat de stad het dichtste bij de Europeese manier van leven ligt. Ik had destijds niet het gevoel dat ik me heel erg moest aanpassen. Nu zijn er wel eens momenten dat ik denk: ‘Argentijnen, jeez.’”
Noem eens wat
“Je weet dat het een land is met veel problemen, economisch gaat het er helemaal niet goed. Het is heel moeilijk om er dingen van kwaliteit te vinden. Als je daar iets goedkoops koopt, dan werkt het gewoon
niet. Als je hier iets goedkoops koopt, dan werkt het een maand en dan denk je, ‘Oh ja, het was een goedkoop ding.’ Daar doet iets het gewoon niet. Een nagelknipper die niet knipt! Nooit! Dat is toch niet denkbaar.” “Het is vooral ook heel veel leven per dag. De dagen zijn er ontzettend lang, mensen gaan veel later naar bed, en staan wel weer om zes uur op. Ik begrijp het ook niet, hoor. Ik ken mensen van 20 met zulke wallen onder de ogen. Maar dat kan ook niet anders. Ze gaan de hele dag uit werken, dan gaan ze eten en ’s avonds meteen door naar de universiteit. Tot laat en dan ’s ochtends weer vroeg op. Het zit helemaal volgepland.”
Ook voor muzikanten is het leven in Buenos Aires geen vetpot. Om in het levensonderhoud te voorzien moet je eigenlijk iedere avond spelen. Eva weet het te beperken tot vijf avonden in de week, ook omdat ze haar zoontje Felix niet iedere avond bij een babysit wil laten. Een baantje erbij voor overdag is ook geen optie:
“Er is heel weinig werk en part-time kennen ze ook niet. Als je daar werkt is het echt meteen 40 uur. Sommige mensen hebben om rond te komen er nog een extra baan bij en die is dan ’s avonds.”
“Vorig jaar heb ik meegedaan met een concours voor een plaats in het staatsorkest Filiberto (zie het artikel ‘Grote publieke orkesten…’ van Gerard van Duinen in La Cadena nr. 122). Dat is het orkest waar iedereen in wil, omdat het een heerlijk salaris biedt en je niet elke dag hoeft te spelen. Maar het is ook echt leuk, het is een groot orkest. Op de dag van het concours waren er maar vier bandoneonisten: Ramiro Boero, die ook in El Arranque speelt, Lautaro Greco, een nieuwe jonge bandoneon-held van een jaar of 20 die echt geweldig is en Horacio Romo. En ik dus. Je begrijpt dat ik niet heel blij was. De concurrentie
verslaan was onmogelijk. Maar eigenlijk ging het heel goed en ik kreeg een aanbeveling, dus ik kan nu vervangen en ik heb met hen de nieuwe cd opgenomen.

Lautaro Greco, die de beste was op het concours, was op tournee en Romo, de eerste vervanger ook, dus toen hebben ze mij gebeld. De opnames zijn eind 2007 afgerond. En binnenkort komt er weer een plaats in het orkest vrij en ik ga zeker weer proberen om er in te komen.”
Heb je daar je eigen orkest?
“Ik zit in twee vaste bezettingen. Het ene is Sans Souci, een dansorkest dat de stijl van Calo speelt. Een bezetting met allemaal toch wel oude mannetjes, we spelen in een hele elegante stijl. En sinds kort vervang ik in het Sonia Possetti Quinteto waarin ik allemaal nieuwe, moderne muziek speel. En dan heb ik nog duizend en een andere losvaste dingen. Als ik straks terug ga, ben ik de hele maand aan het werk. Ik moet iemand vervangen, dat is heel gebruikelijk daar. En dan echt op de manier van: ‘Heb je tijd, kunt u mij vanavond vervangen?’” Is dat niet heel moeilijk, zomaar in een vreemd orkest. “Nou ja, je leert het. Vooral de bekendere tango’s ken ik allemaal wel.” Ook Eva krijgt als muzikant in Buenos Aires wat mee van de richtingenstrijd die woedt tussen de liefhebbers van neo- en traditionele tango. Hoewel ze zelf nooit een orkest zou oprichten met het idee om voor dansers te spelen, zegt ze: “Als het dansbaar is en ze willen er op dansen, vind ik het allemaal best. En die hele stroming met die techno, ik heb er niks tegen, ze moeten doen wat ze willen, maar het zegt mij niet zoveel. Ik zal het zelf alleen nooit gaan spelen. Nou, ik heb een keer gespeeld met een pianist die dan toch nog iets verder zoekt, maar niet op de manier van ‘laten we een doenk doenk doenk ritme onder de muziek zetten.’ Dat is oninteressant.”
Je gaat heel ver in je liefde voor tango, je gaat zelfs zo ver dat je emigreert naar Buenos Aires. “Ik denk dat ik van tango houd omdat…
Nou de vraag is eigenlijk, houd ik van Buenos Aires omdat ik van tango houd, of houd ik van tango omdat ik van Buenos Aires houd. Het is een beetje kip en ei. Ik kende Buenos Aires natuurlijk niet toen ik met tango begon, maar ik begreep het meteen. Toen ik daar naar toe kwam dacht ik direct: ‘Aah, daarom vind ik tango zo leuk. Het is moeilijk uit te leggen, maar er is natuurlijk een reden waarom tango daar zo
leeft. Echt in alle lagen van de bevolking weten ze wat tango is. En ook alle leeftijden. Heel jonge mensen van 15, die echt heel erg goed spelen.”
“Het klopte gewoon. Voor mij viel echt alles op zijn plaats. Ik heb natuurlijk wel getwijfeld omdat ik in België mijn familie heb en helemaal toen ik een kindje kreeg. Toen dacht ik wel: ‘misschien moet ik maar terug.’ Toen ben ik zes maanden in België geweest en toch weer teruggegaan, hoewel ik eigenlijk niks had daar. Nou, ik had een huis. Net voor ik Felix kreeg, hadden we een huis gekocht en toen zei mijn man dat hij toch maar niet wilde. Had hij natuurlijk ook iets eerder kunnen zeggen. Ik ben dus toch terug naar Buenos Aires gegaan, hoewel ik niks had, behalve een bandoneon, een baby en een huis. Ik mis mijn familie wel, en mijn ouders zijn echt dol op Felix, en omgekeerd. Soms denk ik: ‘woonden ze maar om de hoek’, maar ik zou niet meer hier kunnen blijven wonen.”
Dit artikel werd gepubliceerd in La Cadena.
Tekst: Willem Lammerink
Foto's: Frans Switsers