toelatingseisen

Theorie en solfège*
• kennis van notenschrift in de viool- en bassleutel, (voortekening van) majeur- en mineurtoonladders, intervallen en drieklanken
• opschrijven, opnoemen, zingen en herkennen van majeur- en mineur toonladders, intervallen en drieklanken (majeur, mineur, verminderd en overmatig)
• kennis van symbolen voor alle majeur, mineur, dominant, halfverminderde en verminderde septimeakkoorden
• construeren van de eerste drie septimeakkoorden (majeur, mineur en dominant) vanuit een willekeurige grondtoon
• nazingen van een eenvoudig melodisch fragment
• nazingen van een baslijn
• lokaliseren van fouten in een genoteerde melodie
• nazingen van samenklanken
• lokaliseren van veranderingen binnen een samenklank
• naklappen van ritmes
• noteren van voorgespeeld melodisch fragment
 
* De theorie wordt (groepsgewijs) getoetst aan de hand van een tape met luistervoorbeelden en een door de kandidaat zelfstandig te beantwoorden vragenlijst.

Compositie/arrangeren
• aanleg voor en affiniteit met componeren/arrangeren
• inleveren van minimaal vier eigen composities voor verschillende bezettingen, in duidelijke partituurvorm, bij voorkeur vergezeld van een opname
• inleveren van minimaal vier arrangementen van bestaand werk (minimaal twee 'standards') voor verschillende bezettingen, in duidelijke partituurvorm, bij voorkeur vergezeld van een opname
• motivatie, theoretische kennis en praktische compositie- en arrangeervaardigheden binnen het (contemporaine) jazz-idioom worden gezamenlijk gedurende een intake-gesprek getoetst aan de hand van het resultaat van de solfège-test en het ingezonden werk