Aafke Kloppenburg en Joey Mensink.

Muziektheater: een dubbelportret

Uit: Codarts Magazine januari 2008.

Muziektheaterstudenten bewandelen in Rotterdam de rijke en spannende breedte van het hedendaagse muziektheaterveld. In het eerste studiejaar volgen alle studenten hetzelfde programma, in het tweede jaar kiest iedere student een specialisatie: modern muziektheater of musical. Een dubbelportret van twee ambitieuze studenten met een verschillende specialisatiekeuze, maar met dezelfde toekomstdromen.


Aafke Kloppenburg (19) is tweedejaarsstudente aan de Muziektheateracademie (MTA) van het Rotterdams Conservatorium. ‘Ik heb de vooropleiding van de MTA gevolgd,’ vertelt Aafke. ‘Toen ik een paar eindexamenvoorstellingen van muziektheaterstudenten had gezien, was ik verkocht. Dit sprak me zo aan! Dit was anders dan ik gewend was. Ik zat in een musicalgroep en we speelden bestaand musicalrepertoire. Bij de MTA draait het om eigenheid en individualiteit. Studenten worden opgeleid tot uniek artistiek individu. Er worden je veel dingen aangereikt die je kunt aangrijpen voor je persoonlijke ontwikkeling. Op het gebied van zowel ambachtelijkheid als eigenheid word je op de MTA tot het uiterste uitgedaagd en ontwikkeld.’

Joey Mensink (21) is ook tweedejaarsstudent. Voordat hij op de MTA terechtkwam, speelde hij op amateurniveau in musicals en theaterstukken. Joey: ‘Toen ik aan de opleiding begon, gold voor mij: musical, daar ga ik helemaal voor. Mijn hart ligt bij musical. Het is een prachtige manier van theater maken en het laagje entertainment zorgt ervoor dat het een breed publiek trekt. Maar eenmaal hier op school ontdekte ik dat er niet een hele strikte grens bestaat tussen modern theater en musical. De twee specialisaties ontmoeten elkaar in de theaterwereld continu, en zo is dat ook hier op school. En uit die ontmoetingen ontstaan vaak de mooiste voorstellingen. Hier in Rotterdam wordt niet in hokjes gedacht, er wordt meer verdieping gezocht. Rotterdam loopt wat dat betreft erg vooruit op andere opleidingen in Nederland.’

‘De MTA reageert op de wensen vanuit het werkveld,’ aldus Aafke. ‘Er wordt steeds meer van je verwacht dat je eigen inbreng hebt en initiatief toont.’ Joey reageert: ‘Tijdens je opleiding leer je een eigen beeld van en visie op muziektheater te creëren. Daar hebben we straks, als we zijn afgestudeerd, ongetwijfeld heel veel aan.’ Aafke: ‘Wij hebben als tweedejaarsstudenten nu nog niet zoveel contact met het werkveld. Dat komt pas vanaf het derde jaar, als je audities gaat doen. Maar we gaan wel veel naar voorstellingen met z’n allen, bijvoorbeeld de Internationale Keuze van de Rotterdamse Schouwburg. Door veel voorstellingen te zien, ontwikkel je een eigen kijk op theater maken. In het werkveld is tegenwoordig ook steeds meer interactie tussen verschillende kunstdisciplines, zoals beeldende kunst, toneel, film, dans en muziek. Niets is gek genoeg. Je moet je niet geremd voelen. Alles is al gedaan, maar eigenlijk ook weer niet, omdat iedereen de dingen anders benadert. Vanuit dat idee werken we.’

‘Sinds ik hier studeer, kijk ik zo anders naar musicals en andere theatervoorstellingen,’ zegt Joey. ‘Je krijgt hier al heel snel een getraind oog. Vroeger was alles mooi wat ik op het toneel zag, nu zie ik dat heel anders.’ Aafke beaamt dat: ‘Je ziet nu inderdaad méér. Soms is dat ook wel jammer, omdat je niet meer zo onbevangen kunt genieten. Je bent kritischer.’

De mooiste musicals die Joey heeft gezien, zijn Last Five Years en Wicked. Joey: ‘Dat zijn de eerste musicals die in me opkomen, ik vind het moeilijk om te kiezen, hoor.’ Aafke: ‘Wat ik heel erg leuk vind, is het acteurscollectief Wunderbaum, een Vlaams-Nederlands gezelschap met een basis in Gent en een basis in Rotterdam. Zij brengen theater op een andere manier en op andere locaties, waardoor er ook sneller een ander publiek op af komt.’

Waar willen deze ambitieuze studenten over enkele jaren staan? Joey: ‘In een musical natuurlijk! Maar dat niet alleen, ik wil zo veel mogelijk doen en zo veel mogelijk leren. Op die manier hoop ik mijn werkveld zo breed mogelijk te maken. Als performer wil ik op zoek blijven naar verdieping in mijn werk.’ Aafke droomt van een zo afwisselend mogelijke toekomst, waarbij locatietheater wellicht een grote rol speelt. ‘In november hebben wij met de tweedejaarsstudenten een buitenvoorstelling gespeeld bij station Blaak, hier in Rotterdam; bewegingstheater was dat. Veel factoren heb je dan niet in de hand, zoals het weer en de mensen die voorbij lopen. Fantastisch vind ik dat!’